Kennisbank
Als je lichaam moe is, maar de rust niet komt.
Slapen lijkt vanzelfsprekend, totdat het niet meer vanzelf gaat.
Moeite met inslapen, vaak wakker worden, onrustig slapen of heel vroeg wakker zijn kan veel invloed hebben op hoe je je overdag voelt. Dat geldt voor volwassenen, maar ook voor kinderen.
Soms ligt de oorzaak voor de hand. Soms blijft de vraag: waarom lukt het niet om tot rust te komen, terwijl ik zo moe ben?
Binnen De Binnenbron kijk ik daarom niet alleen naar het slapen zelf, maar ook naar wat er mogelijk meespeelt wanneer lichaam en hoofd moeite hebben om tot rust te komen.

Slapen vraagt om kunnen loslaten
Slapen vraagt om kunnen loslaten
Tijdens de dag zijn we bezig met wat er om ons heen gebeurt. We denken, voelen, verwerken, reageren en staan voortdurend in contact met onze omgeving.
Wanneer de nacht komt, wordt het stiller.
Om te kunnen slapen moet het lichaam voldoende tot rust kunnen komen en moet er een gevoel van veiligheid zijn om de waakzaamheid los te laten.
Stress, spanning, piekeren, emoties, veranderingen, prikkels of gebeurtenissen overdag kunnen dat soms moeilijker maken.
Je kunt doodmoe zijn en tegelijkertijd merken dat je systeem nog helemaal 'aan' staat.
Wanneer slapen niet vanzelf gaat
Wanneer slapen niet vanzelf gaat
Slaapproblemen kunnen er heel verschillend uitzien.
Misschien herken je bij jezelf of je kind:
- moeilijk in slaap kunnen vallen;
- steeds opnieuw wakker worden;
- heel licht of onrustig slapen;
- vroeg wakker worden en niet meer kunnen slapen;
- veel piekeren zodra het stil wordt;
- bang zijn om alleen te slapen;
- steeds nabijheid nodig hebben;
- veel dromen of nachtmerries hebben;
- onrust ervaren rondom bedtijd;
- vermoeid wakker worden ondanks voldoende uren in bed;
- overdag prikkelbaarder, emotioneler of sneller overprikkeld zijn.
Een slaapprobleem vertelt op zichzelf niet waarom iemand slecht slaapt. Juist daarom is het belangrijk om breder te kijken.
Bij kinderen vertelt de nacht soms iets anders
Bij kinderen vertelt de nacht soms iets anders
Een kind dat niet wil slapen, probeert niet altijd simpelweg bedtijd uit te stellen.
Voor sommige kinderen is de overgang van dag naar nacht lastig. De prikkels vallen weg, een ouder gaat weg en het kind wordt alleen met zichzelf en zijn gevoelens.
Een kind kan dan ineens vertellen over iets wat overdag gebeurde, steeds opnieuw uit bed komen, bang worden, huilen of veel nabijheid vragen.
Ook spanning, veranderingen binnen het gezin, school, prikkelverwerking, ontwikkelingsfasen en lichamelijke factoren kunnen invloed hebben op slapen.
Daarom kijk ik liever niet alleen naar: hoe krijgen we dit kind in slaap?
Maar ook naar: wat heeft dit kind nodig om voldoende rust en veiligheid te ervaren om te kunnen slapen?
Wat houdt je wakker?
Wat houdt je wakker?
Niet ieder slaapprobleem heeft een emotionele oorzaak. Slaap wordt beïnvloed door veel factoren, zoals ritme, licht, beweging, voeding, ziekte, medicatie, hormonen en de slaapomgeving.
Maar emoties en spanning kunnen óók meespelen.
Soms merk je bijvoorbeeld dat je hoofd 's avonds pas ruimte krijgt om alles van de dag te verwerken. Gedachten blijven rondgaan. Je lichaam blijft gespannen. Je bent voortdurend alert op geluiden. Of je merkt dat bepaalde zorgen vooral naar boven komen wanneer er geen afleiding meer is.
Dan kan het interessant zijn om niet alleen te vragen: waarom slaap ik niet?
Maar ook: wat maakt dat ik op dit moment moeilijk tot rust kom?
Rust begint niet pas wanneer je naar bed gaat
Rust begint niet pas wanneer je naar bed gaat
Goed slapen gaat niet alleen over wat je in het laatste halfuur voor bedtijd doet.
Wat er gedurende de dag gebeurt, telt mee.
- Hoeveel prikkels krijg je binnen?
- Hoeveel spanning ervaar je?
- Zijn er momenten waarop je daadwerkelijk ontspant?
- Hoe regelmatig is je dag-nachtritme?
- Wat doe je wanneer je moe bent?
- En hoeveel ruimte krijgt je lichaam om van activiteit naar rust te schakelen?
Bij kinderen geldt hetzelfde. Een voorspelbaar ritme, voldoende beweging overdag, rustmomenten en een herkenbare bedroutine kunnen helpen om de overgang naar de nacht gemakkelijker te maken.
Soms zit de sleutel voor een rustigere nacht daarom voor een deel in de dag ervoor.
Hoe De Binnenbron hiermee werkt
Hoe De Binnenbron hiermee werkt
Bij De Binnenbron kijk ik verder dan alleen naar de vraag 'Hoe krijg ik mezelf of mijn kind sneller in slaap?'
We onderzoeken wanneer de slaapproblemen zijn begonnen, hoe ze eruitzien, wat er in die periode speelde en welke factoren mogelijk invloed hebben.
Daarbij kan aandacht zijn voor stress, emoties, prikkelverwerking, eerdere ervaringen, veranderingen, gevoelens van veiligheid en terugkerende patronen.
Afhankelijk van jouw vraag kan ik daarbij bijvoorbeeld werken met NEI-coaching, systemisch werk, visualisatie of andere oefeningen die passen bij jou of je kind.
Niet om slaap af te dwingen.
Wel om te onderzoeken wat mogelijk in de weg staat van rust en wat jij of je kind nodig heeft om makkelijker te kunnen ontspannen.
Slaapproblemen kunnen lichamelijke, medische, psychologische, omgevings- en leefstijloorzaken hebben. Bij langdurige of ernstige slaapproblemen, opvallende ademhaling tijdens de slaap, extreme slaperigheid overdag of wanneer je je zorgen maakt over jezelf of je kind, is het belangrijk contact op te nemen met de huisarts. De begeleiding bij De Binnenbron is aanvullend en vervangt geen medische, psychologische of psychiatrische behandeling. Neem bij acute of ernstige klachten contact op met een bevoegde zorgverlener of huisarts.
Wat houdt de rust nog tegen?
Soms helpt het om niet alleen naar het slapen zelf te kijken, maar naar wat er rondom de nacht en gedurende de dag gebeurt. In een rustig en vrijblijvend kennismakingsgesprek kijken we samen naar wat jij of je kind ervaart en welke begeleiding daarbij passend kan zijn.


